Op zoek naar de organische oorzaken van hun klachten worden veel mensen met vegetatieve-vasculaire dystonie (VVD) letterlijk ‘van top tot teen’ onderzocht, maar alles blijkt ‘normaal’ en de patiënt wordt naar een psychotherapeut gestuurd. Toch kunnen artsen vaak een aantal organische veranderingen die deze symptomen veroorzaken niet diagnosticeren, en als ze dat wel doen, zeggen ze dat het ‘kleinigheden zijn waar iedereen mee leeft’. Laten we daarom eens kijken wat medisch specialisten mogelijk over het hoofd zien of wat medisch specialisten mogelijk niet weten, en welke behandelmethoden, die tot voor kort experimenteel waren, door de moderne wetenschappelijke wereld worden aangeboden.

Organische afwijkingen ‘waarmee je kunt leven’

In de Internationale Classificatie van Ziekten bestaat geen diagnose met de naam VVD. Maar in de uitgestrektheid van de voormalige Sovjet-Unie stellen artsen deze diagnose graag bij patiënten met ‘vreemde’ klachten die niet binnen de logica van de traditionele geneeskunde passen. In het Westen is de situatie niet beter: zulke patiënten worden doorgaans als hypochonders bestempeld en krijgen het advies naar een psycholoog te gaan (wat overigens ook geen bijzondere resultaten oplevert). In de westerse geneeskunde bestaat echter ook de diagnose cervicale dystonie, die qua betekenis het dichtst bij onze ‘torticollis’ ligt en de situatie ten minste een beetje verduidelijkt.

Het is interessant dat in landen van de voormalige Sovjet-Unie naast de belangrijkste ‘versie’ van VVD als ‘een ziekte van het zenuwstelsel die ontstaat tegen de achtergrond van psychische en somatische aandoeningen’ ook cervicale osteochondrose, instabiliteit van de halswervels en subluxatie van de atlas, de eerste halswervel, als oorzaken worden genoemd. Maar voor deze ‘leeftijdsgebonden veranderingen’ bestaat geen specifieke behandeling. Bovendien delen artsen ze in als ‘binnen de normale grenzen’ en ‘iedereen leeft ermee’. We komen iets later terug op de vraag hoe verraderlijk deze veranderingen kunnen zijn. Laten we eerst bekijken wat nog meer ‘binnen de normale grenzen’ talloze klachten van ‘VVD’ kan veroorzaken, maar door de traditionele geneeskunde wordt genegeerd omdat zij geen manier heeft om ze te behandelen. Laat je door deze beschrijving niet afschrikken: ook in zulke gevallen bestaat er een behandeling, en daar komen we in dit artikel op terug.

Wat artsen niet diagnosticeren

onvoldoende ruimte tussen de schedel en de atlas en een chiari-malformatie

Zelfs wanneer het op röntgenfoto’s en een MRI te zien is, diagnosticeren artsen de verminderde ruimte tussen de eerste halswervel en de schedel niet (terwijl daar, nota bene, de wervelslagaders en zenuwplexussen lopen die de hersenen voeden en waarvan beknelling en irritatie duizeligheid, paniekaanvallen, hoofdpijn, prikkelbaarheid en andere emotionele toestanden veroorzaken door een verstoorde doorbloeding van de hersenen). Ook negeren artsen de eerste stadia van een chiari-malformatie, waarbij de hersenstructuren in de achterste schedelgroeve via het achterhoofdsgat het wervelkanaal binnendringen. In dat geval heeft iemand ernstigere klachten, tot cerebellaire ataxie, gehoorverlies en flauwvallen aan toe.

Bij de diagnostiek wordt evenmin aandacht besteed aan de stand van het achterhoofdsbeen, dat druk kan uitoefenen op de hypofyse — de coördinator van het endocriene systeem van het lichaam, die ook verantwoordelijk is voor de productie van geslachtshormonen. Het is niet moeilijk je voor te stellen tot welke hormonale en daardoor emotionele problemen dit kan leiden. In veel gevallen wordt de ‘banale’ disfunctie van het kaakgewricht niet gediagnosticeerd. Zoals door meer dan honderd klinische onderzoeken is bewezen, gaat deze altijd gepaard met cervicale en vertebrale scoliose, omdat in dat geval de ene intra-articulaire discus van het kaakgewricht altijd naar voren verschoven is en de andere naar achteren. Bovendien blijkt de atlas, de eerste halswervel, in dat geval onvermijdelijk ontwricht, waardoor het ruggenmerg en de wervelslagaders bekneld raken.

Ook het wervelslagadersyndroom zelf, waarover tegenwoordig zoveel op internet wordt gesproken, blijft vaak ongediagnosticeerd. Deze zeer belangrijke slagader kan bovendien bekneld raken tussen de schedel en de atlas, de eerste halswervel, onder de scalenusspieren van de nek of bij de openingen ervan. Beknelling van de wervelslagader bij de openingen (het gebied van het sleutelbeen) en van de ondersleutelbeenslagader wordt in de westerse literatuur het thoracic-outletsyndroom genoemd. Deze ziekte is buitengewoon moeilijk te diagnosticeren, omdat veel neurologen en artsen uit andere vakgebieden deze kennis niet hebben. De Litouwse vaatchirurg Povilas Pauliukas heeft uitstekende werken over dit onderwerp geschreven, ‘Vertebrobasilar insufficiency: causes, symptoms, diagnosis and surgical treatment’ en ‘Syndrome of the upper chest opening and neck opening’. Die verduidelijken in grote mate de oorsprong van klachten als duizeligheid, onvastheid, concentratiegebrek, hersenmist en emotionele problemen die ontstaan door een gebrekkige bloedtoevoer naar de hersenen. Dat klinkt overtuigend, zul je zeggen, maar waarom wordt dit allemaal niet gediagnosticeerd en, belangrijker nog, hoe wordt het behandeld?

Vegetatieve-vasculaire dystonie als biomechanisch letsel

In het oude Rome verdraaide een speciaal opgeleide persoon bij de geboorte van een slavenbaby diens eerste halswervel. Zo iemand zou later depressief en niet tot verzet in staat opgroeien. Moderne artsen en patiënten zijn zich terdege bewust van het belang van een correcte bouw van de nek bij de ondersteuning van de schedel. Het is immers de cervicale regio, die in de Chinese geneeskunde de ‘brug van het leven’ wordt genoemd, die het lichaam met de hersenen verbindt en de normale werking van het hele organisme waarborgt. Iedere verandering in dit gebied — of het nu cervicale scoliose, lordose, osteochondrose, het ontbreken van een natuurlijke kromming van de nek (‘rechte nek’), ontwrichting van de atlas of instabiliteit van de wervels is — leidt onvermijdelijk tot beknelling van de belangrijkste slagaders en zenuwplexussen die de hersenen voeden en verantwoordelijk zijn voor de juiste werking van het centrale en autonome zenuwstelsel. Dit leidt op zijn beurt tot talloze lichamelijke klachten en veranderingen in de psyche. Toch krijgen patiënten met deze klachten en depressie vaak het advies naar een therapeut te gaan. Zo ontstaat een paradoxale situatie: als iemands vinger tussen de deur zit, zou niemand op het idee komen hem naar een psycholoog te sturen, maar wanneer de belangrijkste structuren van nek en hoofd bekneld zijn, gebeurt dit voortdurend.

Dit gebeurt echter niet omdat artsen sluw of onwetend zijn. Het valt simpelweg niet meer binnen hun deskundigheid. Dit is al het terrein van de biomechanica. TERWIJL DE GENEESKUNDE HET ORGANISME VANUIT DE BIOCHEMIE BEKIJKT, KIJKT DE BIOMECHANICA ERNAAR MET DE OGEN VAN EEN INGENIEUR. De wetenschappelijke en klinische neurologie definieert dystonie als een neurologische stoornis met lichamelijke gevolgen. De biomechanica daarentegen beschouwt dystonie als een lichamelijk trauma met neurologische en psychische gevolgen. Vanuit dit standpunt is VVD een aantasting van het vermogen van de nek om de schedel te ondersteunen.

Eén niveau hoger

Klinische onderzoeken — waarvan de wereldwijde wetenschap er inmiddels meer dan honderd telt — hebben bewezen dat de oorzaak van dystonie rechtstreeks verband houdt met biomechanische vervorming van de cervicale wervelkolom en de schedelbeenderen. Die ontstaat onder invloed van het gewicht van de schedel, die doorzakt, valt en verdraait omdat hij ter hoogte van de kaak in de tandbogen geen adequate ondersteuning vindt. Volgens deze onderzoeken zijn de skeletale, neurologische, chemische en psychologische klachten van VVD die in de medisch-wetenschappelijke literatuur worden beschreven, het gevolg van de pogingen van het lichaam om zich aan te passen aan deze mechanische ineenstorting en aan de mechanische torsie van het ruggenmerg en de vliezen ervan. Maar wat hebben de tandbogen met de nek te maken?

De onderkaak is via een complex stelsel van spieren en het tongbeen (Hyoideum) verbonden met de achterkant van de schedel, de halswervels en de sleutelbeenderen. Het tongbeen ‘hangt’ letterlijk ‘op zichzelf’, want het is het enige bot in het lichaam dat niet met andere botten van het skelet verbonden is (daarom is het op volumetrische modellen niet te zien). Via de spieren is het tongbeen verbonden met de kaak, en verschuiving van die laatste leidt onvermijdelijk tot verschuiving van het tongbeen. In dat geval werkt het in op de eronder gelegen spierketens, die met de sleutelbeenderen en de cervicale wervelkolom verbonden zijn, waardoor daarin spanning van uiteenlopende intensiteit ontstaat.

Via dit mechanisme reguleert het tongbeen de statische lichaamshouding als een poppenspeler die poppen met touwtjes bestuurt. Spasmen in deze nekspieren, en vooral in de scalenusspieren, leiden tot beknelling van de onderliggende zenuwen en slagaders. De onvermijdelijke verandering in de lengte van de spieren aan beide zijden leidt in dit geval tot cervicale scoliose. Bovendien leidt verlenging van de spieren aan de voorkant van de nek tot verkorting van hun antagonisten aan de achterkant en rechtstreeks in de spieren die de schedel met de atlas, de eerste halswervel, verbinden, waardoor deze verschuift.

Zoals we zien, bepaalt de tandheelkundige occlusie dus de positie van de kaak. De kaak bepaalt de positie van het tongbeen, dat op zijn beurt via de nekspieren de stand van het lichaam reguleert. Die spieren werken ook rechtstreeks in op de atlas, de eerste halswervel. Daarom leiden zelfs de kleinste veranderingen in de occlusie — of het nu gaat om een verkeerde tandstand vanaf de geboorte, het trekken van tanden, te hoge of te lage vullingen, slecht uitgevoerd orthodontisch werk of prothetiek — tot een verschuiving van de atlas, die om deze reden niet handmatig kan worden gecorrigeerd. Maar tot wie moeten we ons dan wenden — de orthodontisten? Het ondubbelzinnige antwoord is nee. Beugels, waarmee miljoenen mensen over de hele wereld tegenwoordig worden ‘behandeld’, zijn een ware epidemie van onze tijd geworden. Het internet staat vol noodkreten als: ‘Na de beugel kreeg ik last van duizeligheid, nervositeit en onvastheid, wat moet ik doen?’ Bij slecht uitgevoerd orthodontisch werk verschuiven namelijk vaak de kaken, kaakgewrichten en gezichtsbotten en raken de schedelnaden geblokkeerd. Terwijl het vóór zulke werkzaamheden juist nodig is om eerst de kaakgewrichten en de kaak en daarmee de structuren van schedel en nek te stabiliseren. En zulke technieken bestaan.

Soorten biomechanische behandeling

We hebben het over twee verschillende biomechanische technieken: de vernieuwende richting craniodontie en de Italiaanse Starecta-methode. De eerste werd in de jaren tachtig ontwikkeld door de Amerikaanse onderzoeker Darick Nordstrom. Uitgaande van de concepten en ontwerpen van de orthodontische apparaten van Crozat en Kernot creëerde hij het intraorale ALF-apparaat om de schedelbeenderen en de kaak in balans te brengen. Dr. George Crozat, naar wie het eerste apparaat is vernoemd, stelde dat hiermee alle soorten malocclusie konden worden behandeld en ‘spanning via de tanden naar de ondersteunende structuren kon worden afgevoerd’. Hij noemde dit proces ‘logisch en natuurlijk handelen’, in tegenstelling tot ‘de principes en methoden die worden gebruikt in systemen waarin de tanden worden vastgezet en de natuur wordt verkracht’.

De tweede methode werd gecreëerd door de gewone Italiaanse jongen Moreno Conte, die ongelooflijk veel leed doormaakte, en was gebaseerd op het werk van de Italiaanse onderzoeker Adriana Valsecci over de invloed van de beet op de houding. Moreno ontwikkelde deze methode uit wanhoop, omdat de verdraaiende ineenstorting van zijn skeletstructuur hem bijna het leven kostte en hij een manier moest vinden om te overleven. Door intuïtief te experimenteren ontdekte Moreno dat het verhogen van de ontbrekende beethoogte de helling van de schedel ten opzichte van de wervelkolom kan veranderen, waardoor de wervelkolom wordt uitgerekt en vervormingen verdwijnen. Het resultaat van deze experimenten was de ontwikkeling van de Starecta-methode en van het dynamische intraorale apparaat Rectifier, waarmee de kaak in balans wordt gebracht en de structuren van de wervelkolom worden gecorrigeerd. De wetenschappelijke geneeskunde kon de resultaten die werden verkregen door de techniek toe te passen bij duizenden mensen met dystonie en vervormingen van wervelkolom en schedel niet negeren, en tegenwoordig wordt deze methode als wetenschappelijk erkend.

Resultaten van biomechanische behandeling

Het is moeilijk te geloven dat de volgende foto’s echt zijn. Ze tonen de resultaten van biomechanische behandeling, maar vóór de behandeling leden deze mensen niettemin in uiteenlopende mate aan symptomen van VVD, zoals paniekaanvallen, hoofdpijn, concentratiegebrek en een ‘mistig’ brein, pijn in nek, schouders en wervelkolom en allerlei neurologische en psychologische klachten die niet reageerden op traditionele behandelmethoden of psychotherapie. Het bekendste geval was het verhaal van Simone Cincini, voormalig profvoetballer van de Italiaanse club Civitanova, dat zelfs de Italiaanse kranten haalde.

Door haar vele klachten moest Simone haar profvoetbalcarrière beëindigen. Talloze behandelpogingen leverden geen enkel resultaat op. Uiteindelijk ontdekte het Starecta-team het probleem van een niet-gediagnosticeerde cranio-mandibulaire disbalans, zoals bij 98% van de mensen.

Door het doorzakken van de schedel nam bij Simone de kromming van de normale fysiologische curven van de wervelkolom toe, wat zich begon te uiten als kyfose en lordose. Het naar achteren ‘vallen’ van de schedel veroorzaakte beknelling van het ruggenmerg, wat al ernstige klachten veroorzaakte. Bovendien oefende zijn achterhoofdsbeen druk uit op de hypofyse, waardoor hij hormonale stoornissen kreeg en de productie van het hormoon gonadotropine, dat verantwoordelijk is voor de regulering van de geslachtsklieren, afnam. Door behandeling met de biomechanische Starecta-methode werden de hormoonwaarden weer normaal, en de foto’s en röntgenbeelden van de man vóór en na de behandeling spreken meer dan voor zich.

De resultaten van craniodontie zijn al even indrukwekkend. Hieronder staat het werk van de Russische arts A. Savinov, die door de positie van de kaken en de tandheelkundige occlusie van de patiënt te veranderen de schedelstructuren en de stand van de nek volledig wist te veranderen.

voor en na, het werk van A. Savinov

Op de volgende foto zien we het werk van de Italiaanse professor Stefanelli. Deze röntgenbeelden laten duidelijk zien hoe de verandering van de kaakstand de cervicale structuren beïnvloedde, die na de behandeling gezonde fysiologische krommingen kregen. Deze professor was de eerste die na de behandeling bij een patiënt met cervicale dystonie en cerebrovasculaire stoornissen klinisch de decompressie van de wervelslagader vastlegde.

het werk van prof. Stefanelli
het werk van Lydia Yavich

Hierboven staat een röntgenfoto van vóór en na de behandeling van een patiënt door de Braziliaanse arts Lidia Yavich. Op de beelden zien we dat de ruimte tussen de schedel en de atlas groter is geworden, ‘alleen maar’ door de positie van de kaak te veranderen. En ten slotte nog een demonstratie van wat de Starecta-methode kan bij iemand die aan ‘hersenmist’ leed en die vóór de biomechanische behandeling, waarmee al zijn klachten verdwenen, bij ongeveer honderd artsen van verschillende specialismen was langsgeweest. De veranderingen in de structuur van zijn schedel en nek zijn zo opvallend dat je je ogen nauwelijks kunt geloven.

Tot slot wil ik zeggen dat VSD als ziekte op het snijvlak ligt van traumatologie, tandheelkunde, osteopathie, orthopedie en neurologie. Het is een lichamelijk letsel van de bovenste nek en de onderkant van de schedel. De biomechanische benadering van de behandeling van VVD bestaat al tientallen jaren en heeft bewezen klinische resultaten. Toch ontwikkelt deze richting zich niet, omdat de medische wetenschap alleen onderzoek organiseert naar stoornissen van lichaamssystemen die los van elkaar worden beschouwd en deze benadering aan medische universiteiten aan toekomstige artsen blijft onderwijzen. Ook krijgt 99% van de tandartsen geen kennis over de biomechanica van de schedel en over het feit dat zij de artsen zouden kunnen worden die iemand helpen de talloze symptomen van dystonie en de daarmee samenhangende vervormingen van schedel en wervelkolom op te lossen. Laten we hopen dat deze ‘technieken van de toekomst’, die inmiddels al deel uitmaken van het heden, in de nabije toekomst overal in de medische praktijk worden ingevoerd.